Geschiedenis

De Koninklijke Speelschaar S.F.X.

Niet-Bruggelingen behoeven wellicht nu al een beetje uitleg: "Speelschaar" is namelijk een woord dat volgens Van Dale niet bestaat. In Brugge echter kent iedere inwoner die zichzelf een beetje respecteert en niet in een slotklooster woont, de Speelschaar maar al te goed: het is die in het blauw uitgedoste combinatie van een harmonie met een trommel- en roffelgroep en een afdeling klaroenen (soms bazuinen) die, voorafgegaan door een imposante tamboer-majoor, al sinds mensenheugnis allerlei openbare feestelijkheden in de stad wat meer luister bijzet. Vooral haar kostumering is niet meer uit het Brugse collectieve geheugen weg te branden: de heren dragen namelijk korte blauwe broeken en witte, met een blauw-geel wimpeltje versierde kousen. De dames dragen een blauwe rok boven dito kousen. Laat het woord "Speelschaar" dus het Algemeen Brugs woord zijn voor: "muziekkorps".

Dan blijft er natuurlijk nog de vraag: "En wat mag S.F.X. dan wel betekenen?" Wel, dat is gewoon de afkorting van "Sint-Franciscus-Xaverius" en dat is de heilige missionaris die zijn naam geleend heeft aan de broedercongregatie die reeds meer dan honderdvijftig jaar geleden in Brugge gesticht werd door de Nederlander Theodoor Rijken en sedertdien ettelijke scholen in Brugge en ruime omgeving heeft gesticht. Dat laatste woord mag men vrij letterlijk opnemen, want in de voorgevel aan de Mariastraat van het bijna honderd jaar oude schoolgebouw van "De Frères" staat nog altijd netjes gebeiteld: "Sint-Franciscus-Xaveriusgesticht". Dat is dan ook het enige gebouw van het tegenwoordige Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut dat er al stond toen de "Speelschaar", ruim vijftig jaar geleden, binnen de muren van de school opgericht werd. Niet-Bruggelingen zullen alweer de wenkbrauwen fronsen en zich afvragen: "De Frères, wat is dat nu weer?" Wel, de broeders Xaverianen gaven in hun instituten tot in de jaren 1930 les in het Frans, zoals toen in heel België gebruikelijk was. Ze gaven overigens les aan zowel Vlaamse jongeren als aan buitenlandse internen, hoofdzakelijk maar niet uitsluitend Engelsen. Begrijpelijk dus dat de talrijke broeders in de volksmond al gauw bekend stonden als "de Frères".

In die school was in de jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog onder meer een afdeling van de jeugdbeweging "K.S.A." actief en die vormde geleidelijk aan een "muziek" om allerlei feestelijkheden op te luisteren. Omstreeks het jaar 1950 kreeg broeder Maurits Warnier, lesgever aan het instituut en toen nog door iedereen "Frère Louis" genoemd, de touwtjes in handen en hij ging meteen een eigen koers varen, los van de K.S.A. De Speelschaar was geboren!

De eerste jaren verliepen heel vlot en door het enthousiasme van haar leider en de talrijke leerlingen-muzikanten groeide de Speelschaar uit tot een erg talrijk gezelschap dat een bijzonder welkome gast bleek op diverse feestelijkheden in en buiten de school. Ze kreeg stilaan naam en faam en kreeg eervolle opdrachten te vervullen, zoals de blijde intrede van de jonge Koning Boudewijn te Brugge. Ze werd ook gevraagd om deel te nemen aan typisch Brugse manifestaties als de Heilig-Bloedprocessie en de Gouden Boomstoet, naast allerlei vaderlandslievende plechtigheden.

De zestiger jaren zouden geleidelijk aan voor wat problemen zorgen: eerst Elvis, daarna The Beatles en The Rolling Stones zorgden voor een totaal nieuwe muziekcultuur en in de kortste keren vonden de toenmalige jongeren (en ouderen) "fanfaremuziek" maar niks meer. Crisis dus, die tot bijna aan de oliecrisis voortduurde. Maar de koppige volhouders binnen de Speelschaar zouden gelijk krijgen! Zo halverwege de jaren zeventig werd een kentering voelbaar: de Speelschaar was intussen gemengd geworden, oudere muzikanten mochten verder meespelen en het aantal aanvragen voor opvoeringen begon weer te stijgen. In de Speelschaar zelf werd het accent steeds meer verlegd van kwantiteit naar kwaliteit en daardoor voelden opnieuw steeds meer jongeren zich tot de Speelschaar aangetrokken. In de jaren tachtig en negentig werd constant hard gewerkt aan de twee pijlers die de Speelschaar schragen: de liefde voor de muziek en de liefde voor elkaar.

Want dat zijn ook nu nog de voornaamste kenmerken van de Speelschaar: het streven naar kwaliteit en de zorg voor mekaar: muziek creëert een band onder mensen, ze verbindt mensen die van schoonheid houden, vooral van die schoonheid die je samen tot stand brengt. Zo leer je jezelf relativeren, zo leer je de groep, de anderen, waarderen, zo word je meer mens...